18 okt

Keert terug naar het Westen en doet u daar kennen als vrijmetselaar

Als de Tempelbijeenkomst of de comparitiebijeenkomst, gesloten wordt door de Voorzittend Meester dan zegt hij altijd:” Keert terug naar het Westen en doet u daar kennen als vrijmetselaar”. Maar wat betekent dat? En als wij de Tempel uitlopen, staat boven de Tempelpoort: “Ken Uzelve”.

Met het “Westen” wordt de maatschappij bedoeld. Dit in tegenstelling tot het Oosten. Het Oosten is de geestelijke wereld, de spirituele wereld. De wijsheid komt uit het Oosten, zegt men wel.

Als vrijmetselaren de Tempel ingaan worden de deuren gesloten en hebben wij ons voor bezinning afgesloten van de buitenwacht, hebben wij ons even teruggetrokken uit de maatschappij. Maar natuurlijk keren wij weer terug naar het Westen.

Aan wie is die opdracht gericht. Aan de individuele vrijmetselaar en/of aan de organisatie van vrijmetselaren.

Om met het laatste te beginnen, de vrijmetselarij zoals wij die nu kennen, is als organisatie in 1717 ontstaan. In een periode waarin we nog geen sociale vangnetten hadden. Ouden van dagen, zieken, weduwen, gehandicapten, werklozen etc waren afhankelijk van liefdadigheid van familie, vrienden, de kerk en allerlei particuliere liefdadigheidsinstellingen.

Omdat de vrijmetselarij streeft naar een betere, rechtvaardiger wereld en naar een wereldwijde broederschap van alle mensen ongeachte sekse, ras en geloof, was dan ook niet zo verwonderlijk dat de vrijmetselarij al vrij snel na haar ontstaan als organisatie allerlei liefdadigheidsinstellingen in het leven riep om zo haar bijdrage in het Westen te leveren ter  lediging van maatschappelijke noden.

Maar inmiddels is de maatschappij veranderd en heeft de Staat de rol van vele liefdadigheidsinstellingen overgenomen. Niet dat er helemaal geen kommer en kwel meer in de maatschappij aanwezig is (de snelle groei van het aantal voedselbanken moge daarvan getuigen), maar we leven gelukkig niet meer in de middeleeuwen.
De rol van de oorspronkelijk liefdadigheidsinstellingen van de vrijmetselarij is inmiddels uitgespeeld of tanende. Zie voor de aan de Orde van Vrijmetselaren gelieerde stichtingen de Ordesite. Het tijdsgewricht waarin wij leven, kent weer nieuwe problemen. Te denken valt aan de milieuproblematiek of rampen zoals recentelijk de tsunami in Japan. De Orde van Vrijmetselaren, maar ook individuele loges, richten zich op die nieuwe goede doelen. Zij doen dat in stilte. Als de Orde geld overmaakt naar Japan, zult u daarvan niets in de pers vinden.

Onder vrijmetselaren wordt verschillend gedacht over de vraag of de vrijmetselarij als organisatie eigenlijk wel aan “goede doelen” zou moeten doneren.

Ja,zeggen sommigen. De organisatie moet haar maatschappelijke verantwoordelijkheid immers nemen en bijdragen aan de totstandkoming van die “betere wereld”.

Nee, zeggen anderen. Het is niet de vrijmetselarij als organisatie die zich in het Westen moet doen kennen, maar de individuele vrijmetselaar die aan zijn verantwoordelijkheid jegens de maatschappij op eigen wijze en naar eigen inzicht uitvoering dient te geven.

Beide standpunten zijn goed verdedigbaar. Voor beide standpunten heb ik respect,zij het dat ik (voor mijzelf) gekozen heb voor het tweede standpunt. De vrijmetselarij als organisatie dient in mijn visie niet alleen strikt neutraal te staan mbt welke politieke en godsdienstige visie dan ook, zij dient dat ook in maatschappelijk opzicht te zijn.  Kiezen voor het ene goede doel betekent immers niet kiezen voor het andere goede doel. Het betekent op z’n minst dat je het ene maatschappelijke doel belangrijker vind dan het andere maatschappelijke doel. En achter zo’n keuze zit dan dus een visie. De vrijmetselarij biedt haar leden een vrijplaats tot persoonlijke ontwikkeling en daar horen geen inhoudelijke standpunten van de Orde bij. Juist de inhoudelijke neutraliteit van de vrijmetselarij is een van haar grote krachten.

De vrijmetselarij roept wel – terecht – haar leden op zich in het Westen door “handel en wandel” te doen kennen als vrijmetselaar. Wij mogen immers niet met de rug naar het Westen – naar de maatschappij – staan. Wij willen ons ontwikkelen tot een beter mens dan we nu zijn en bouwen aan een betere wereld. Maar wat dat inhoud, maakt iedere vrijmetselaar, luisterend naar zijn eigen geweten, zelf uit. “Op U komt het aan”, zeggen wij. Het is de opdracht die iedere individuele vrijmetselaar vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, zichzelf stelt.

Overigens gaat het ‘doen kennen als vrijmetselaar in het Westen” niet niet alleen en zelfs niet voornamelijk om “Goede Doelen” zoals hiervoor bedoeld. Het gaat om het geheel, te beginnen in je gezin, je collega’s, je werk, de buren, je ouders etc. In je eigen omgeving probeer je vooral een “goed voorbeeld” te zijn in termen van onder andere tolerantie, verdraagzaamheid, respect, naastenliefde etc. Lukt mij dat altijd? Nee, maar ik doe wel bewust mijn best.